RES 1.0 vastgesteld

Onderdeel van een grotere ambitie

De zeven Westfriese gemeenteraden hebben de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 vastgesteld. Voor het grootschalig opwekken van duurzame energie op land richt de regio zich vooral op de zon. Hiermee zet Westfriesland ook een stap naar energieneutraliteit in 2040.

 

De vaststelling ging gepaard met enkele moties en amendementen. Zij hadden onder meer betrekking op de afstandsnormen voor de plaatsing van windturbines en de ethisch verantwoorde productie van zonnepanelen. “RES 1.0 is grotendeels overeind gebleven”, maakt Harry Nederpelt, wethouder duurzaamheid van gemeente Medemblik, de balans op. “Daar ben ik blij mee. Met 0,70 TWh aan duurzame energieopwekking hebben we een mooi bod dat bijdraagt aan een vermindering van de CO2-uitstoot en aan een schoner leefmilieu in onze regio en in Nederland.”

 

Duidelijke kaders
Negentien zoekgebieden zijn in Westfriesland aangewezen binnen de RES. Hier zullen met name de mogelijkheden voor zonne-energie verkend gaan worden. Maar voordat het zo ver is, zullen er eerst regionale kaders ontwikkeld worden om te bepalen aan welke eisen dit soort duurzame energieprojecten moeten voldoen. Denk aan een zorgvuldige inpassing in het landschap en de manier waarop inwoners er (financieel) van kunnen profiteren. “Daarvoor gaan we ook weer in gesprek met de samenleving”, aldus Jeroen Broeders, wethouder duurzaamheid van gemeente Drechterland.

 

Energieneutraal in 2040
Voor Westfriesland maakt de Regionale Energiestrategie deel uit van een grotere opgave. De gemeentes hebben in het Pact van Westfriesland de ambitie uitgesproken om in 2040 energieneutraal te zijn. Dit betekent dat in 2040 de totale Westfriese energie- en warmtebehoefte afkomstig is van duurzame energiebronnen.

Samir Bashara, wethouder duurzaamheid van gemeente Hoorn: “Dat is een geweldige uitdaging. We hebben in digitale werksessies met betrokken partijen een uitvoeringsprogramma voor de periode 2021-2025 opgesteld. In dit  programma beschrijven we voor vier sectoren (gebouwde omgeving, mobiliteit, land- en glastuinbouw en bedrijven en industrie) welke activiteiten we met elkaar gaan uitvoeren om de overgang naar een energieneutrale regio te maken. Welke kansen en knelpunten zien we? Daar gaan we de komende tijd nog veel meer over communiceren.”